Historie

Dordt_1629
Dordrecht, 1629

De stad Dordrecht lag in vroeger tijden – voor de latere uitbreiding – uitsluitend binnen de Vest en Spuihaven. Het terrein daarbuiten bestond uit polders die tijdens de grote stormvloed van 19 november 1421 – de Sint Elizabethsvloed- onderliepen.

Later, eind vijftiende eeuw en verder in de zestiende eeuw worden dijken aangebracht en nieuwe polders aangelegd. Op oude kaarten van deze gebieden is te zien, dat op de plek waar nu Park Merwestein ligt, bleekvelden, boomgaarden en tuinen lagen. Een deel van die tuinen, ook wel “lusthoven” genoemd, is eigendom van ridder Johan Berck. De naam Berckepad herinnert nog steeds aan deze grondbezitter.

Het oudst bekende eigendomsbewijs van een gedeelte van het park, is gedateerd 27 november 1610.  Latere eigenaren hebben dit gebied aanzienlijk uitgebreid door aankoop van aangrenzende percelen.

Otto Boudewijn ’t Hooft van Benthuizen

Begin negentiende eeuw heet dit particuliere landgoed Dijk- en Veldzigt in 1829 is de naam  Wei- en Veldzigt en in 1851 staat het bekend als Veld- en Dijkzigt als Otto Boudewijn ‘t Hooft van Benthuizen – reeds eigenaar van een gedeelte ervan – de overige gronden van zijn zuster koopt. Op dit terrein laat ‘t Hooft een chalet-achtige villa bouwen, een koetshuis, een tuinmanswoning en nog enkele opstallen. Hij geeft zijn landgoed een nieuwe naam: de buitenplaats “Merwestein “.

Omstreeks 1883 bezit Dordrecht geen enkel openbaar wandelpark. Dat wordt als een gemis beschouwd en daarom richt een aantal burgers een comité op, dat gaat onderzoeken of er in Dordrecht een geschikte plek te vinden is, waar een park kan worden aangelegd.

Plannen Karremansweide, later Oranjepark.
Plannen Karremansweide, later Oranjepark.

Tussen Singel, Vrieseweg en Toulonselaan ligt een terrein, de Karremansweide genaamd, waar volgens het comité mogelijkheden voor de aanleg van een park zijn. Echter heeft de gemeente andere plannen met de Karremansweide, dat tegenwoordig Oranjepark heet.

Eerder dan verwacht, dient zich in het jaar 1884 voor het comité een tweede mogelijkheid aan. Na het overlijden van Otto Boudewijn ’t Hooft van Benthuizen en later zijn vrouw, erft zijn zuster het landgoed. Aangezien zij niet van plan is naar Dordrecht te verhuizen, wil ze het landgoed verkopen. Het Comité tot Stichting van een park te Dordrecht gaat direct tot actie over, ook al omdat gevreesd wordt, dat het landgoed Merwestein -als het wordt geveild- in handen kan komen van meerdere kopers, die het grondgebied in diverse kavels zullen  verdelen en bebouwen, waardoor het groene, landelijke karakter geheel verloren zal gaan.

gedeelte van de brief, waarmee het comité de bevolking opriep tot donatie.
gedeelte van de brief, waarmee het comité de bevolking opriep tot donatie.

Omdat de gemeente niet bereid is het landgoed aan te kopen, begint het comité met een inzameling onder de burgerij. De eigenaresse van landgoed Merwestein blijkt bereid om de verkoopprijs te verlagen tot fl 80.000, als het landgoed behouden zou kunnen blijven.
Die aankoopsom van fl 80.000 wordt in korte tijd opgebracht door de Dordtse bevolking.

Het comité, dat niet van plan was zelf een park te exploiteren, onderhandelt vervolgens met de gemeente. Voorgesteld werd onder andere dat de gemeente het landgoed gaat onderhouden en openstelt voor het publiek als wandelpark, waarvoor wel enkele aanpassingen nodig waren; het landgoed moet tenminste 25 jaar de bestemming krijgen van openbaar wandelpark, en eventuele bebouwing langs het park (Singel, Hallincqlaan, Vrieseweg) moet in overeenstemming zijn met het karakter van het landgoed Merwestein, dus geen kantoren en fabrieken. Als de gemeente akkoord gaat met alle voorwaarden, is het comité bereid de ingezamelde gelden over te dragen aan de gemeente, die daarmee in staat wordt gesteld het landgoed aan te kopen.

De gemeente aanvaardt de voorwaarden en op 14 februari 1885 wordt de buitenplaats Merwestein aan de gemeente overgedragen. Kort daarna geeft de gemeente tuinarchitect C. Kwast de opdracht een plan te maken voor de inrichting van het park. Deze gaat voortvarend te werk. Er worden o.a. wandelpaden aangelegd, alsmede een drainagesysteem. Op zondag 10 mei 1885 wordt Park Merwestein voor het publiek opengesteld.

Tot tweemaal toe, wordt het park verder uitgebreid, zij het bescheiden. In de dertiger jaren wordt een strook toegevoegd aan de Hallincqlaan-zijde, het Bos van Staring genoemd. In de jaren vijftig volgt nog een klein lapje grond; de Tuin van Lips.

Villa Merwestein, rond 1915
Villa Merwestein, rond 1915

De Villa doet enige tijd dienst als burgemeesterswoning en wordt begin 20e eeuw als verzorgingstehuis voor welgestelde ouderen in gebruik genomen, tot de Duitse bezetter in de oorlog het park in beslag neemt en gaat gebruiken als militair kampement. Tijdens het bombardement van 24 oktober 1944 is de villa compleet verloren gegaan. Het Koetshuis, tijdens de eerste periode als stadspark gebruikt als als Melkhuis, is in 1948 door de gemeente om economische redenen gesloopt. Alleen de tuinmanswoning (thans parkwachterswoning) gelegen bij de Groenedijk-ingang bestaat nog.

serveimage

De sluiting van het Park tijdens de Tweede Wereldoorlog  is een treurig intermezzo voor dit mooie park. In 1943 neemt de Duitse Wehrmacht bezit van het park. Het wordt in die tijd ernstig gehavend door de bouw van barakken en bunkers, door plunderingen en uiteindelijk door het bombardement door de RAF op 24 oktober 1944.  Het herstel vergt twee jaar.

Met Pinksteren 1947 gaan de hekken weer open voor het publiek en kan men weer genieten van het vele moois wat het park te bieden heeft.

het oudste stadspark van Dordrecht