Boom 17

naar Boomoverzicht

Boom 16 < Boom 17 > Boom 18


Schijnacacia
Robinia pseudoacacia



Geslacht Familie
Robinia Leguminosae of Fabaceae
robinia Vlinderbloemenfamilie

Plantjaar: 1700 (geschat)


Speciale informatie:

Deze boom is monumentaal.

Bij het opstellen van de huidige bomenroute, met behulp van dhr. van Hoey Smith van Trompenburg Arboretrum, schatte hij de boom in op een leeftijd van 300-350 jaar. De gemeentelijke registratie houdt het plantjaar op een bescheidener 1800, maar hoe dan ook is dit een van de oudste bomen van Dordrecht, als niet de oudste.


Beschrijving van de soort Robinia pseudoacacia:

Robinia pseudoacacia behoort tot de Vlinderbloemenfamilie. Deze Noord-Amerikaanse boomsoort is genoemd naar vader en zoon Jean en Vespasien Robin, lijfartsen van koning Hendrik IV van Frankrijk, die in 1601 een robinia plantten in de tuin van het Louvre in Parijs. Dit was echter niet de eerste robinia in Europa; de robinia die nu nog bij het kasteel Doorwerth (Gelderland) te bewonderen is, zou zijn geplant op 23 januari 1579, ter gelegenheid van de totstandkoming van de Unie van Utrecht. Andere bronnen gaan ervan uit dat de boom in Doorwerth bij de Vrede van Nijmegen in 1678 is geplant. Een bordje bij de boom meldt dat de boom in 1601 door de Fransman Pierre Robin uit het oosten van de Verenigde Staten is meegenomen en niet lang erna in Doorwerth is geplant.

Acacia komt van het Griekse akis: doorn. Robinia pseudoacacia behoort niet tot het geslacht Acacia maar lijkt er op in het bezit van scherpe stekels op de takken. Vandaar ook de soortsaanduiding “pseudoacacia”. Men spreekt dan ook over witte acacia of valse acacia.

De standplaats van de robinia is niet erg vochtig. De soort gedijt goed op kalkrijke löss en leemhoudende zandgrond, maar doet het ook goed op lichte kleigrond. Uiteindelijk groeit de boom tot 30 m hoog en 50 cm dik. De boom kan 200 jaar oud of meer worden. Exemplaren ouder dan 250 jaar zijn zeldzaam.

De stam van de robinia heeft diepe groeven. Meerstammigheid komt vaak voor. De takken zijn kaal en hebben scherpe stekels. De bladeren zijn oneven geveerd, ontplooien zich vrij laat (mei) en hebben 7 tot 19 eironde, gaafrandige blaadjes.

De boom bloeit in mei, juni en juli, tijdens of vlak na het ontvouwen van de bladen. De bloemen zijn wit en vormen 10 tot 20 cm lange, sterk geurende trossen. De nectar kan 35 tot 59% suiker bevatten waardoor de boom veel bijen lokt. De acaciahoning is vloeibaar en geurig.

In het najaar blijven 5 tot 15 cm lange kale peulen met zaden aan de boom hangen. De kleine, harde zaden kunnen tot 30 jaar later nog kiemen.

Het wortelstelsel is breed en oppervlakkig en heeft ook een penwortel. Hierdoor staat de Robinia zeer stevig in de grond en verijdelt hij erosie op hellingen. Voor dat doel werd hij veelvuldig aangeplant op spoorwegbermen. De wortels hebben wortelknolletjes met bacteriën waardoor stikstof in de grond wordt gebracht.

Robinia wordt als parkboom veel in steden aangeplant omdat deze plant niet alleen als een mooie verschijning met mooie bloemen wordt gezien, maar ook goed tegen vervuiling is bestand.

Als productieboom levert hij hardhout van duurzaamheidsklasse 1 met een zeer hoge weerstand tegen aantasting door insecten en rot. Het kernhout van de robinia is bruinig tot groenig geel, het spinthout is wit en slechts enkele jaarringendik.

Reeds vroeg werd het robiniahout vanwege zijn duurzaamheid gewaardeerd als steun voor wijnranken en vanwege zijn hardheid en sterkte (robinia is sterker dan eik) als grondstof voor wielspaken, laddersporten, houten kamwielen, nagels,pinnen en meubels, met name tuinmeubels. Robinia is het meest duurzame hout dat in ons klimaat kan groeien. Door de grillige groei, waarbij weinig lange rechte stammen ontstaan, en de stam niet zuiver rond wordt, is het lastig in grote maten te krijgen, en het hout vereist een zorgvuldige droging omdat het nogal werkt (kromtrekt, barst).

Bij het bewerken van het hout kan stof vrijkomen dat leidt tot misselijkheid, hoofdpijn en braakneigingen. De binnenschors is giftig; hiervan eten kan leiden tot verwijde pupillen, braken en diarree. Voor paarden is het zelfs dodelijk. Het eten van een aantal zaden kan weer leiden tot het uitvallen van orgaanfuncties. Daarom wordt vermeden de boom te planten in de buurt van speelplaatsen voor kinderen.

De bloemen van de robinia leveren honing, die op de markt wordt gebracht als acaciahoning. Met de echte acacia (mimosa) heeft deze honing echter niets te maken. Hoewel alle bestanddelen van de robinia als giftig gelden voor zowel mens als dier, worden de robiniabloemen toch genuttigd, na ze door meel te halen en licht te bakken. De bloemen worden ook gebruikt voor het maken van parfum.

Robinia is een exoot. Robinia leeft in zijn wortelknolletjes in symbiose met stikstofbindende bacteriën. Doordat hij snel groeit, een enorme kiemkracht heeft en er massaal nieuwe bomen opschieten vanuit de wortels, is hij invasief en zorgt hij voor bodemverrijking door het afzetten van stikstof in de bodem en voor verruiging. Hierdoor komen inheemse planten die leven op armere bodems in het gedrang en vermindert de biodiversiteit. Uit natuurbeschermingsoverwegingen wordt de boom dan ook bestreden.

De robiniagalmug (Obolodiplosis robiniae), die het blad van robinia’s aantast, is bezig aan een snelle opmars door Europa en Azië. In 2003 werd de soort ontdekt in Italië, sinds 2005 wordt ze gevonden in België en in 2007 werd het insect ook aangetroffen op veel plaatsen in Nederland. Deze parasiet is afkomstig uit Amerika. De bladminerende microvlinder Phyllonorycter robiniella gebruikt robinia ook als waardplant en de microvlinder Epicallima formosella leeft in rottend hout van robinia en voedt zich met zwammen.

bron | © info



naar Boomoverzicht


Boom 16 < Boom 17 > Boom 18