De zichtheuvel van Zorgwijk

Zoals te lezen is in de geschiedenis van het park, was de buitenplaats waaruit het ontstaan is door opvolgende eigenaren steeds uitgebreid door opkoop van belendende percelen.

Otto Boudewijn 't Hooft van Benthuizen
O. B. ‘t Hooft van Benthuizen

Ook de laatste eigenaar, Otto Boudewijn ‘t Hooft van Benthuizen heeft – in de grofweg 25 jaar dat hij eigenaar was – de buitenplaats flink in omvang kunnen laten toenemen.

Enkele percelen die hij opkocht, waren onderdeel van een andere buitenplaats, genaamd Zorgwijk. Het was een flink stuk grond tussen Merwestein en de Vrieseweg (ook wel Merwedeweg of Reeweg genoemd) met daarop onder andere een woonhuis, dat al sinds 1750 in die vorm bestond.

Deze diashow vereist JavaScript.

Het houden van een buitenhuis was niet goedkoop en rond de tijd dat deze percelen zijn opgekocht (1850-1870) waren veel buitenplaatsen om die reden al lang verdwenen. De toenmalige eigenaar van Zorgwijk wist waarschijnlijk totale verkoop te voorkomen door delen van het landgoed te verkopen.

De grond waar nu de Merwehoeve en de school Mühring op staan was oorspronkelijk onderdeel van Zorgwijk, maar werd door ‘t Hooft opgekocht. Vermoedelijk verpachtte hij die delen, waardoor ze nooit aan het uiteindelijke park zijn toegevoegd. De gemeente heeft het rond 1910 in twee delen verkocht. Een ander stuk van Zorgwijk is echter wel toegevoegd aan Merwestein en later deel geworden van het park.

Rond 1830 bestond Zorgwijk uit een woonhuis, een tuinmanswoning, enkele stukken moesland en een siertuin met kronkelpaden, waterpartijen en hoogteverschillen: een zogenaamde Engelse tuin.

Plattegrond van Zorgwijk, rond 1830

Deze uit Engeland overgewaaide trend verving vanaf de tweede helft van de 18e eeuw de stijvere Franse tuin, die uitging van strakke lijnen, symmetrische opstelling van bloemvakken en rechte paden. Het doel van de Engelse tuin was de natuur te simuleren door steeds veranderende en verrassende zichtlijnen te creëren, door het slim plaatsen van struiken en bomen, hoogteverschillen te maken en door een grote waterpartij of vijver aan te leggen. Aan bovenstaande plattegrond is goed te zien dat de buitenplaats beide tuinsoorten heeft gekend.

Bij het uitgraven van zo’n waterpartij in een Engelse tuin, gebruikte men de vrijgekomen grond voor het creëren van de hoogteverschillen. Soms werd een heuvel opgeworpen, met daarop een klein bouwwerk of een bankje, om over de rest van de tuin heen te kunnen kijken: een zichtheuvel (soms ook belvédère).

Uitgaande van bovenstaande plattegrond van Zorgwijk, had deze buitenplaats drie van dergelijke verhogingen. Eén daarvan bevond zich in het gedeelte dat aan de buitenplaats Merwestein is toegevoegd. 

Boom 52
Aesculus hippocastanum
(Paardenkastanje)
Deze zogenaamde zichtheuvel is nog steeds onderdeel van het park. De heuvel is momenteel een ruime anderhalve meter hoger dan de directe omgeving. Er staat een monumentale kastanje op, waarvan het plantjaar door de gemeente voorzichtig geschat wordt op 1900, maar het is zeker denkbaar dat deze boom al voor Merwestein een park werd op de heuvel is geplant.

Het ronde bankje wat aan de voet van de boom staat, biedt een heerlijke plek in de schaduw om eens rustig over dit gedeelte van het park uit te kijken en biedt onder andere een mooi zicht op de Levensboom.

De waterpartij werd de nieuwe grens tussen beide buitenplaatsen en hield lang haar kronkelende oevers, maar na de sloop van de villa in 1934 zijn de kanten van de vijver gestroomlijnd en is het als sloot doorgetrokken naar de sloot die aan de zuidkant van het Berckepad liep. Tegenwoordig stopt deze sloot naast het Werfje.

Zoals gezegd hield Zorgwijk het uit als buitenplaats tot 1934. Het is toen gesloopt en er zijn acht twee-onder-een-kap woningen voor in de plaats gekomen. 

het oudste stadspark van Dordrecht