Boom 75

naar Boomoverzicht

Boom 74 < Boom 75 > Boom 76


Zilveracacia of Mimosa
Acacia dealbata



Geslacht Familie
Acacia Leguminosae of Fabaceae
Acacia Vlinderbloemenfamilie

Plantjaar: 2018


Beschrijving van de soort Acacia dealbata:

Acacia dealbata (zilveracacia of Mimosa) is een soort uit het geslacht Acacia en onderdeel van de onderfamilie Mimosoideae en deel van de familie Leguminosae of Fabaceae

De boom is inheems in Zuidoost-Australië in New South Wales, Victoria, Tasmanië en de Australian Capital Territory en is tevens op grote schaal geïntroduceerd in o.a. het Middellandse Zeegebied. De naam Mimosa is wat misleidend, omdat de soort niet wordt ingedeeld bij het geslacht Mimosa, zoals bijvoorbeeld wel het geval is bij Kruidje-roer-mij-niet (Mimosa pudica). Er zijn overigens wel duidelijke overeenkomsten.

Het is een snelgroeiende groenblijvende boom of struik die tot 30 m hoog kan worden, meestal een pioniersoort na bosbranden.

De bladeren zijn tweevoudig samengesteld, blauwgroen tot zilvergrijs, 1-12 cm lang en 1-11 cm breed, elke met 6-30 paar deelbladeren, elke deelblad verder verdeeld in 10-68 paar deelbladeren; die blaadjes zijn 0.7-6 mm lang en 0.4-1 mm breed. De bladeren kunnen reageren op licht of beweging en tijdelijk gaan hangen.

De bloemen worden geproduceerd in grote trosvormige bloeiwijzen bestaande uit talloze kleinere bolvormige felgele bloemhoofdjes van 13-42 individuele bloemen.

De vrucht is een afgevlakte peul van 2-11,5 cm lang en 6-14 mm breed, die verschillende zaden bevat. Bomen leven over het algemeen niet langer dan 30 tot 40 jaar.

In vochtige berggebieden kan een wit korstmos de bast bijna bedekken, wat de aanduiding “zilver” in zilveracacia verklaard. Het Latijnse specifieke epithet dealbata betekent ook “behandeld in een wit poeder”.

Acacia dealbata wordt wijd verspreid als sierplant gebruikt in warme gematigde streken van de wereld en is genaturaliseerd in sommige gebieden, waaronder Sochi (Zwarte Zeekust van Rusland), zuidwestelijk West-Australië, zuidoostelijk Zuid-Australië, Norfolkeiland, de Middellandse Zee regio van Portugal tot Griekenland en Marokko tot Israël, Jalta (Krim, Rusland), Californië, Madagaskar,  zuidelijk Afrika (Zuid-Afrika, Zimbabwe), de hooglanden van Zuid-India, Zuidwest-China en Chili.

Het overleeft geen langdurige vorst.

Het hout is handig voor meubels en binnenwerk, maar heeft beperkte toepassingen, voornamelijk in handwerkmeubilair en draaiwerk. Het heeft een honingkleurige kleur, vaak met opvallende figuren en strepen.

De bloemen en puntscheuten worden geoogst voor gebruik als snijbloemen. Bij deze handel is de bloem bij bloemisten bekend als “mimosa”. In Italië, Albanië, Rusland en Georgië worden de bloemen ook vaak aan vrouwen gegeven op Internationale Vrouwendag . De bloemen, ‘cassie’ of ‘opopanax’ genoemd, wordt in parfums gebruikt. De bladeren worden soms gebruikt in Indiase chutney .

In Zuid-Afrika is de soort een Categorie 1-onkruid in de West-Kaap (waarvoor uitroeiing vereist is) en Categorie 2-onkruid (waarvoor controle buiten plantagezones nodig is) elders. In Nieuw-Zeeland classificeert het Department of Conservation het als een milieu-onkruid.

bron | © info



Gerelateerde (nieuws)berichten:


naar Boomoverzicht


Boom 74 < Boom 75 > Boom 76