Boom 115

naar Boomoverzicht

Boom 114 < Boom 115 > Boom 116


Italiaanse populier
Populus nigra 'Italica'



Geslacht Familie
Populus Salicaceae
Populier Wilgenfamilie

Plantjaar: 1930 (geschat)


Beschrijving van de cultivar 'Italica':

Vormt een smalle zuilvorm die later vooral aan de onderkant iets breder wordt. Heeft een rechte stam en steil opgaande takken. De stam heeft veel knobbels.

Het groene blad is ruitvormig tot breed driehoekig. Het loopt bruingroen uit, is egaalgroen in de zomer en verkleurt in de herfst geelgroen. De boom bloeit met mannelijke katjes.

Hij heeft vrij veel last van tak- en kroonsterfte. De boom is weinig gevoelig voor bacteriekanker, matig gevoelig voor roest en zeer gevoelig voor bladvlekkenziekte.

Prefereert voedselrijke, vochtige bodems en is enigszins droogtegevoelig. ‘Italica’ is (zee)windbestendig maar gevoelig voor late wintervorst.

Ondanks zijn relatief smalle groeiwijze verlangt Populus nigra ‘Italica’, ook ondergronds, een ruime standplaats. De boom wordt veel in windsingels toegepast.

bron | © info


Beschrijving van de soort Populus nigra:

De zwarte populier (Populus nigra) is een plant uit de wilgenfamilie (Salicaceae). Het is een boom die van nature voorkomt in vrijwel heel Europa, Noord-Afrika, Centraal-Azië en West-Azië. Het gebied strekt zich naar het noorden uit tot aan de 64e breedtegraad. De boom kan 100 tot 150 jaar oud worden en soms tot 300 jaar.

De zwarte populier geldt als de meest bedreigde boomsoort in Europa. De plant dankt deze status aan het massaal aanplanten van cultivars en het verdwijnen van zijn natuurlijk milieu.

De vermoedelijk dikste zwarte populier van Nederland staat aan de rand van het Vondelpark in Amsterdam. Hij had in 2009 een omtrek van 5,7 meter.

De boom kan tot 35 m hoog worden met afstaande takken (behalve de Italiaanse populier) en een brede, onregelmatige kroon. De bast is donkergrijs tot zwart met een diep, x-vormig gegroefde schors en veel knobbels en vergroeiïngen. De geelgrijze twijgen zijn rond en glad en hebben kleverige, roodachtige knoppen.

De afwisselend geplaatste 5-8 cm lange en 6-8 cm brede, ruitvormige bladeren hebben een spitse top en een ronde, 2-6 cm lange bladsteel. De bladrand is getand. De bovenkant van het blad is donkergroen en de onderkant groen. Bij het uitlopen rond half april tot begin mei is het blad groen tot bruingroen.

De zwarte populier is tweehuizig (er zijn aparte mannelijke en vrouwelijke bomen) en bloeit in Nederland in maart-april. De bloeiwijze is een 10 cm lang, hangend katje dat meestal voor het uitlopen van het blad verschijnt. Mannelijke bloemkatten hebben 6-30, paarse meeldraden. Ze vallen spoedig af na het loslaten van het stuifmeel, dat vervolgens door de wind wordt verspreid. (windbestuiving).

De vrouwelijke katjes blijven na de bestuiving tot in mei en juni hangen. Dan springt de kortgesteelde, tweekleppigedoosvrucht open en komt het 3 x 1 mm grote zaad vrij. Het is omgeven door donzig pluis en voert ver op de wind mee. Sommige bomen produceren zoveel pluis dat het lijkt of het sneeuwt. Mensen kunnen voor dit pluis allergisch zijn. Daarom bestaan de meeste rassen uit alleen maar mannelijke bomen. Lang niet alle pluis bevat een zaadje.

De zwarte populier wordt vaak vegetatief vermeerderd door winterstek, maar kan ook via zaad worden vermeerderd.

De zwarte populier is samen met wilgen typerend voor het zachte ooibos. Het zaad verspreidt zich stroomafwaarts en komt dan op de lijn van nat en droog tot ontkieming.

Bij de aanplant van populieren voor houtproductie wordt vooral gekozen voor een cultivar van de populier, de Canadapopulier. Deze cultivar is ontstaan door kruising van de zwarte populier met een Amerikaanse populier. Men vermeerdert deze hybride populieren door middel van stekken. Deze veelal steriele bomen groeien sneller en rechter omhoog waardoor het hout waardevoller is. Ook is de zwarte populier gevoeliger voor plagen dan veel hybriden. De Canadapopulier is in Noord-Brabant, waar deze in de omgeving van Schijndel in grote hoeveelheden werd aangeplant voor onder meer de klompenindustrie, beter bekend onder de dialectische aanduiding ‘Kanidas’.

bron | © info



naar Boomoverzicht


Boom 114 < Boom 115 > Boom 116